De kogel is door de kerk: op 11 november 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta).

Klinkt technisch, maar de impact is heel simpel samen te vatten:

Wie mensen uitleent, heeft straks een vergunning nodig. En wie mensen inleent, mag alleen nog inkopen bij uitleners mét zo’n vergunning.

Als je werkt met uitzendbureaus, detacheerders, of andere constructies, dan raakt dit jou direct  zeker in de zorg, waar externe inhuur structureel is geworden.

Heel kort: wat regelt de Wtta?

De Wtta introduceert een toelatingsstelsel voor uitleners. Dat zijn niet alleen uitzendbureaus, maar alle bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan een opdrachtgever.

De kern:

  • Uitzenders en andere uitleners mogen alleen nog personeel leveren als ze officieel zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).
  • Om toegelaten te worden, moeten ze voldoen aan een normenkader (o.a. juiste loonbetaling, naleving wet- en regelgeving, registratie arbeidsmigranten) en een waarborgsom storten (ca. €50.000 voor starters, €100.000 voor gevestigde partijen).
  • Alleen toegelaten uitleners komen in een register. Inleners horen daar voortaan op te controleren.

Doel van de wet: misstanden aanpakken (met name rond arbeidsmigranten) én een gelijk speelveld creëren voor bonafide bureaus.

Tijdlijn

De belangrijkste mijlpalen:

  • 1 januari 2027
    De wet treedt in werking. Uitzendbureaus en andere uitleners moeten zich vóór die datum melden bij de NAU als ze door willen.
  • 1 mei – 1 juli 2027 (indicatief)
    Periode waarin uitleners hun toelatingsaanvraag kunnen indienen.
  • 1 januari 2028
    De Nederlandse Arbeidsinspectie start met handhaving.

    • Uitleners zonder toelating riskeren forse boetes.
    • Inleners die zaken doen met niet-toegelaten bureaus óók.

Belangrijk: er komt een overgangsregeling waarbij onder andere het SNA-keurmerk tijdelijk kan fungeren als opstap richting toelating, maar dat is nadrukkelijk geen vrijbrief om achterover te leunen.

En jij als inlener? Dit verandert er concreet

Vanaf 2028 kun je niet meer volstaan met “het bureau zei dat het goed zat”. De Wtta legt de lat ook bij inleners hoger.

Wat gaat er praktisch veranderen?

  1. Je mag alleen nog inhuren via toegelaten uitleners
    • Je moet kunnen aantonen dat je leverancier in het NAU-register staat.
  2. Je inhuurproces wordt onderdeel van compliance
    • Wtta komt bovenop bestaande verplichtingen DBA, Waadi, WAB, WKA, etc..
    • Inhuur wordt nog nadrukkelijker een ketenverantwoordelijkheid.
  3. Je leverancierslandschap moet opgeschoond worden
    • “Dat kleine bureau waar we af en toe iemand vandaan halen” is niet meer vrijblijvend.
    • Je zult scherper moeten kiezen: wie past in jullie stelsel, wie niet?
  4. Contracten en SLA’s moeten mee
    • Toelating, SNA, normenkader, handhavingsrisico’s, ketenaansprakelijkheid: dit moet je contractueel en operationeel borgen.

Wat kun je nu al doen als organisatie?

Als je tot hier denkt: “2027 is nog ver weg, dit parkeren we even”, dan zit je precies in de risicogroep.

Een paar concrete stappen die je nu al kunt zetten:

  1. Breng je volledige inhuurketen in kaart
    • Welke bureaus gebruik je?
    • Welke vormen van inhuur: uitzenden, detacheren, bemiddeling, zzp?
  2. Check huidige leveranciers op basisvoorwaarden
    • Hebben ze een SNA-keurmerk ?
    • Betaal- en cao-compliance op orde?
    • Kunnen ze uitleggen hoe zij zich voorbereiden op Wtta en NAU-toelating?
  3. Maak Wtta onderdeel van je inhuurbeleid
    • Verwerk Wtta-eisen in je inhuurbeleid, raamovereenkomsten en aanbestedingen.
    • Leg vast dat je alleen nog werkt met (toekomstig) toegelaten uitleners.

Tot slot

De Wtta is geen wet waar je enthousiast van hoeft te worden om er serieus mee aan de slag te gaan.

  • Ja, het wordt bureaucratischer.
  • Ja, er zijn terechte zorgen over kleine, goedwillende bureaus.
  • En nee, hiermee zijn misstanden niet “opgelost”.

Maar als je in de zorg verantwoordelijk bent voor inhuur, kun je deze wet wél gebruiken als drukmiddel om eindelijk keuzes te maken:

  • wie zijn onze strategische leveranciers,
  • welke constructies willen we niet meer,
  • en hoe organiseren we inhuur zo dat we en leveren aan de patiëntenzorg, én gewoon binnen de regels blijven.